Vast/flex verhouding? Een visie op arbeid zal je bedoelen.

Kortzichtig. Laten we het zo maar noemen.

In de politiek is er de laatste tijd veel aandacht voor flexibele arbeid. Nou ja, er is aandacht voor mensen die een arbeidsovereenkomst hebben met een uitzendbureau of payrollbureau. Een grote groep Nederlanders met een serieuze baan. Banen die beschikbaar worden gesteld door de inlenende bedrijven, omdat ze behoefte hebben aan gekwalificeerd personeel. Deze bedrijven hebben in hun bedrijfsvoering behoefte aan flexibiliteit. Het werkaanbod kan namelijk toenemen maar ook afnemen.

 

Kent u ze? Werkgevers die het fijn vinden als het werk afneemt. Wij niet. Werkgevers willen medewerkers aan hun binden en een rechtstreekse arbeidsovereenkomst kan hierbij helpen. Kan, inderdaad. Er zijn genoeg mensen die juist behoefte hebben aan uitzendwerk of werk via een payroll organisatie. De behoefte aan flexibele vormen van arbeid is dus noodzakelijk.

 

Kortzichtig? Ja. De aandacht in de politiek en van de vakbonden is met name gericht op payrolling. Grappig detail is dat de overheid zelf de grootste afnemer is van payrolling. Payrolling zou geen ‘echt werk’, geen ‘echte banen’ zijn. Makkelijke retoriek van mensen die niet zien dat organisaties niet zonder flexibiliteit kunnen. Het gaat bedrijven ook helemaal niet om de verhoudingen tussen mensen met rechtstreekse arbeidsovereenkomsten en mensen met een arbeidsovereenkomst bij een uitzender of payroller. Bedrijven willen in de kern van hun bedrijfsvoering flexibel zijn om in te kunnen spelen op de behoefte van hun klanten.  We creeren dus geen flexibele schillen, maar starten juist met een flexibele kern. Vanuit daar ontstaat er ruimte voor een vaste schil.

 

Ons advies aan de overheid en vakbonden is dan ook om een visie op arbeid nog eens kritisch onder de loep te nemen. Zeker de politiek is duaal in haar opvatting: kritisch over payrolling en uitzenden, maar tegelijkertijd een cao accorderen die de flexibiliteit van 3,5 jaar naar 5,5 jaar verlengt en wetgeving invoeren die juist de drang naar flexibele contractvormen vergroot.

 

Een nuance is er ook te maken. Payrolling is namelijk wat ons betreft wel toe aan een nieuwe fase. Het juridische werkgeverschap verdient een extra laag. In veel organisaties is de gepayrolde groep namelijk een aanzienlijk deel van het totale personeelsbestand. Payrollorganisaties hebben in vele gevallen nog meer echte aandacht voor de medewerker, dan bijvoorbeeld de leidinggevende van de organisatie waar de medewerker werkt. Dit geeft payrollers een voorsprong. Een voorsprong die ze kwijt kunnen in HR beleid naar hun medewerkers en de inlenende organisaties. Laten we het payroll+ noemen.

 

Payroll+ past wat ons betreft prima in een nieuwe visie op arbeid. Een visie die uitgaat van een flexibele kern en een vaste schil.